Reizen in Indonesie is meer dan wat ik er van verwachtte. Na de ferry vanuit Melaka in Maleisie naar Dumai in Indonesie moesten we wachten op het visum on arrival, samen met maar 3 andere toeristen. Het visum was snel geregeld, en de meneer vond het Hollandse dropje stiekem niet zo lekker.. veel te zout natuurlijk. Vanuit Dumai wilden wij meteen door richting Bukit Lawang, om daar Orang Oetans te zien. De bus ging dezelfde nacht nog. Van 's avonds zeven tot 's ochtends zes, en het lijkt wel of er geen weg is, zo hobbelig. De weg is soms zo slecht, vol met kuilen en gaten, overal water.. En het lijkt wel of dat los staat van waar we zijn: in de stad of op de buitenwegen.. het is om het even. Dan de airco. Wij zijn er nog steeds niet achter waarom, maar de bus wordt hier vanbinnen zo koud mogelijk gehouden. Dat wil zeggen: kouder dan lekker is. Beslagen ramen, bevroren airco, druppels water aan het plafond. Iedereen zit met mutsen op en dikke truien en jassen aan in de bus. Achter ons zat een moeder met twee kleine kindjes, ingepakt alsof we op de noordpool waren. De moeder was wagenziek, en de kindjes vonden ons wel gezellig, dus we zaten met een klein mannetje op schoot voor de helft van de reis.
De Orang Oetans waren fantastisch om te zien. Het is eigenlijk niet de bedoeling dat je ze aanraakt, maar in het begin van onze tweedaagse trek door de jungle, kwam er eentje op ons af en pakte de hand van iemand uit ons groepje. Deze Orang Oetan staat daar om bekend, en het is beter om je hand niet te laten beetpakken. Er gebeurt verder niks, maar ze laat niet meer los zonder dat ze een banaan ofzo krijgt. Dit is dan een halfwilde Orang Oetan. Ze had ook een babytje. Zo kwam het dat die jongen uit onze groep met die Orang Oetan aan de hand rondliep. Dit was een ontzettend grappig gezicht. Uiteindelijk is het gelukt om met een paar bananen de hand los van de aap te krijgen. Verder zijn we meer wilde en mensenschuwe apen tegengekomen. De nacht in de jungle regende het keihard urenlang. De rivier waarover we terug naar het dorpje zouden tuben (raften in opblaasbanden) was daardoor hevig gaan stromen, en we moesten een paar uur wachten. Uiteindelijk gingen we, maar een van de touwen waarmee de banden aan elkaar zaten brak op een rots en de gids vloog overboord. Gelukkig konden we verderop stoppen en op hem wachten.
Vanuit Bukit Lawang zijn we verder omhoog gegaan naar Banda Aceh en daar vlak bij naar een klein eilandje Pulau Weh. Het duiken daar was super: we hebben een leopardshark gezien en later met snorkelen nog een octopus. Met de brommer reden we over het eiland, op zoek naar het mooiste uitzichtpunt. De volgende plek was een dorpje bij vulkanen: Brestagi. In de morgen hebben we Gunung Sibayak beklommen en om de krater heen gelopen. Er hangt een vulkaanlucht daar en het borrelt van alle kanten. Halverwege de afdaling kwamen we een jeep tegen en we mochten in de laadbak mee naar beneden. Diezelfde middag nog hebben we drie bussen richting Danau Toba genomen. Dit is een enorm meer met een eilandje, Samosir. De ferry gaat vanuit Parapat naar Tuktuk in Samosir. We kwamen 's avonds laat aan in Parapat, met een bus die helemaal leeg was. De buschauffeur en bijrijder hadden ons naar voren geroepen, muziekje erbij en tuak wijn.. maar de buschauffeur dronk niet, want dan ging hij slingeren, zo gebaarde hij. De volgende ochtend op de ferry kwamen we twee andere gasten uit Engeland tegen en eenmaal in Samosir hebben we samen een traditioneel Batak huis gehuurd voor drie nachten. De familie was zo gezellig. 's Ochtends bananapancake en fruitsap, en 's avonds kookles in de keuken. Tussendoor zwemmen met de kleine kinderen. 's Avonds laat gingen de kinderen uit de buurt met elkaar muziek maken. Hoewel niet al onze plannen uitvoerbaar bleken (een tweedaagse hike waarbij we op dag 1 terug moesten omdat het donker werd en wij het pad kwijt waren..), was dit een van de leukste plekken tot nu toe.
Hierna hebben we onze weg vervolgd naar Bukittinggi en vanuit daar op de motor naar lake Maninjau.. Door de regen deden we er de hele dag over om er te komen, maar we kwamen wel rond zonsondergang aan, wat mooi uitkwam. Vanuit Bukittinggi ging er een bus naar Jakarta, waar we.... 46 uur (!!) later aankwamen. Dit is by far de langste bus reis uit mijn leven, tot nu toe. Ik reis nog steeds samen met Joe uit Bristol, Engeland. En Joe is super milieubewust en vegetarisch. Ik ben geen van beiden, maar met allebei probeer ik een beetje mee te doen, want er zit zeker wat in. Toevallig heb ik vandaag en gister veel kipsate gegeten, want dat maken ze hier op de barbecue.. Maar voor de rest eet ik al weken een stuk minder vlees dan ik voorheen gewend was. Het milieubewuste bestaat voor een deel uit het niet willen vliegen, en in plaats daarvan alles over land en met de ferry over water te reizen. Bijkomend voordeel is dat het ook een stuk avontuurlijker is en dat je veel meer ziet. Het duurt alleen wat langer.
Jakarta is druk, maar niet zo druk als je zou verwachten. Er zijn verrassend veel rustige plekken te vinden, en we moesten goed zoeken om toeristen tegen te komen.. Er waren wel meer toeristen voor ons gevoel in Java dan in Sumatra. Sumatra is echt een uitgestorven paradijs. Er is zo veel te zien en geen toerist te bekennen. Het is geen hoogseizoen nu, maar je verwacht toch altijd wel wat andere mensen op plekken waar hotels en gasthuizen zijn. Nou, in Sumatra zijn we maar een handjevol toeristen tegengekomen, waaronder steeds dezelfde mensen. Ze zeggen dat het komt door het visum van 30 dagen.. Dat is niet lang genoeg om heel Indonesie rond te reizen, daar heb je een paar maanden voor nodig. Daarnaast kun je zo goedkoop op Bali vliegen, dat veel mensen het misschien niet meer nodig vinden om via Sumatra en Java die kant op te reizen. Er zijn nog wel wat meer redenen te bedenken. Mensen vertelden ons dat het veel drukker was, jaren terug, en dat het na de tsunami nog meer teruggelopen is. In danau Toba kon ik alleen maar Nederlandse boeken vinden van ten minste 30 jaar oud, onder een dikke laag stof.
We zijn vanuit Jakarta met de trein naar Jogjakarta gegaan. Dit is een luxe trein, met airco. Stel je hier niet al te veel avontuurlijks van voor. De ekonomi class is anders, daar hangen mensen op het dak van de trein als het binnenin te vol is. In de buurt van Jogjakarta is veel te zien. Prambanan, oude tempels, en Borobudur, hele mooie oude tempel. Hier in Jogjakarta hebben we het visum in orde geprobeerd te maken.. Maar dat duurde vier werkdagen. Later hoorden we van anderen dat zij het in Jakarta in 7 uur voor elkaar hadden gekregen, maargoed.. het is nu gelukt. Vanuit Borobudur zijn we naar Merapi gereden op de motor, een tocht van een paar uur. De weg was zo steil omhoog naar het uitzichtpunt in Selo, dat de motor het niet aan kon. Met z'n tweeen op een 125 cc motortje, op een gegeven moment gaat het niet meer. Dus ik rem, probeer die motor recht te houden met ons beiden erop en ondertussen de voetrem in te drukken. Dat ging natuurlijk niet, dus we gingen net zo hard achteruit de berg weer af. Joe wist er af te springen en ik rolde de berm in. Op zich wel goed geregeld. Niks beschadigd, alleen het standaard en voetsteun afgebroken. Maar dat hebben we de volgende ochtend er alweer aan laten lassen. Merapi is drie maanden terug uitgebarsten en heeft veel schade aangericht. Later die dag zijn we naar de plek gereden waar een dorp onder de lava begraven is. Dit was erg indrukwekkend. Helemaal kaal, allemaal verwoeste huizen en verbrande bomen.
We gaan zo op weg met de nachttrein richting Bromo, een andere vulkaan op Java. De groetjes maar weer, bedankt voor de reacties en tot de volgende keer.



